De kop is er af van 2020. Nieuw jaar, nieuw decennium én diverse wijzigingen op het gebied van arbeidsmarkt wetgeving! De meest in het oog springend is de nieuwe Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB). Maar ook op het gebied van de zelfstandigenverklaring zijn er ontwikkelingen. De wet DBA blijft nog wel even, maar er gaat wel iets veranderen…

Een geschiedenis van belangen

DBANederland is een land van veel vrijheid maar ook van wetten en regels. De arbeidsmarkt is daar geen uitzondering op. We hebben een lange geschiedenis van polderen waar het gaat om de relatie tussen werknemers en werkgevers en het in balans brengen van hun belangen. Dat heeft ons ver gebracht, heel ver. Wetgeving kan zelfs de basis zijn voor hele nieuwe bedrijfstakken en de uitzend/detacherings en ZZP-bemiddelingsbranche is daar geen uitzondering op.

Voor flexibilisering van arbeid is de facto wettelijk en in cao’s de basis gelegd. De afgelopen jaren is het wel heel druk met nieuwe wet en regelgeving om de verhoudingen en de belangen op de arbeidsmarkt in goede banen te leiden. De ene wet is nog niet goed en wel ingevoerd (DBA) of deze kan al weer vervangen worden door een nieuwe wet (Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring) die beter aansluit op de feitelijke situatie en belangen van ZZP’ers en opdrachtgevers op de arbeidsmarkt. En voor werknemers, flexkrachten en payrollers is de invoering van de WAB een belangrijke ontwikkeling.

Het is makkelijk om deze wetten af te doen als het zoveelste politieke compromis om een probleem op te lossen dat slechts ten dele voor bepaalde groepen in de arbeidsmarkt bestaat. Iedereen wordt voor de zoveelste keer in de vaderlandse geschiedenis over één kam geschoren en daarmee per definitie in meer of mindere mate tekort gedaan. Daar valt best wel wat op af te dingen. Het “misbruik” van schijnzelfstandigheid is in ieder geval goed op de kaart gezet, wordt in toenemende mate gereguleerd, en het is ook van groot belang voor de duurzaamheid van onze economie dat dit hoog op de agenda blijft staan. We kunnen ons economisch en maatschappelijk geen race naar de bodem permitteren op de arbeidsmarkt. Met de wet WAB wordt vast werk iets flexibeler en flex-werk kent steeds meer garanties die ook voor vaste werknemers gelden.

De wet DBA blijft nog wel even

Wat de wet DBA ingewikkeld maakt ten opzichte van zijn voorganger (het werken met de VAR) was dat partijen niet langer op voorhand duidelijkheid kregen over de zelfstandigheid van de ingezette ZZP’er en behoorlijk wat interpretatievrijheid rondom bijvoorbeeld het begrip gezag. Het werken met een modelovereenkomst boodt hier wel enigermate een uitkomst. Partijen konden op voorhand zelf vaststellen of aan de criteria voor zelfstandigheid werd voldaan. Tenzij de feitelijke situatie in de opdracht daarvan te veel afweek bij eventuele toetsing achteraf was daarmee het “risico” van werknemerschap en/of navordering loonheffing en/of boetes zeer beperkt. Indien er bovendien een intermediair als derde partij in het spel was kwamen deze risico’s eerst bij de intermediair als formele opdrachtgever te liggen.

Ondanks een lastige aanloop bij de invoering van de wet DBA is hier in de loop van de tijd, met het gebruik van modelovereenkomsten, een heel werkbare en overzichtelijke situatie ontstaan zonder de vooraf bij nader inzien wat overdreven risico’s. Alles went zullen we maar zeggen. De wet DBA blijft overigens nog wel even. In fasen zal deze worden vervangen door:

  • Een minimumbeloning voor zelfstandigen ter bescherming van de onderkant van de markt. (Deze beloning zal rond de € 16,= per uur exclusief BTW komen te liggen).
  • Een zelfstandigenverklaring (voor opdrachten met uurtarieven vanaf € 75,= euro), die zelfstandigen en hun opdrachtgevers zekerheid geeft dat er géén sprake is van een dienstbetrekking.
  • Een opdrachtgeversverklaring die via een webmodule opdrachtgevers duidelijkheid en meer zekerheid moet geven over het feit of er inderdaad géén sprake is van een dienstbetrekking voor alle opdrachten met een tarief hoger dan € 16,= en lager dan € 75,= per uur.

Naar verwachting zal de web-module medio 2020 worden ingevoerd. Feitelijk toetst deze net als de wet DBA de inzet aan het “Handboek Loonheffingen” zoals dat in januari 2019 een update heeft gehad. Leiding en Toezicht, Vergelijkbaarheid Personeel, Werktijden/Locatie/Materialen, Risico’s (ziekte), Concurrentiebeding blijven in de toetsing een belangrijke rol spelen. De toetsing lijkt dus in alle opzichten veel op hetgeen in een modelovereenkomst al wordt vastgelegd tussen opdrachtgever en ZZP’er. Die modelovereenkomst zal dus ook in de toekomst nog prima gebruikt kunnen worden om de uitkomst van de web-module vast te leggen.

De invoering van de zelfstandigenverklaring (en de minimumbeloning) wordt voorzien voor medio 2021. Er zijn nog wel wat haken en ogen. Zoals het nu op papier staat mogen de opdrachtgevers en ZZP’ers deze verklaring zelf opstellen aan de hand van een aantal criteria, moet deze verklaring onderdeel uitmaken van een schriftelijke (model) overeenkomst ten behoeve van de opdracht én is deze zelfstandigenverklaring maximaal 1 jaar geldig. Dus in een opdracht waarin het uurtarief (na aftrek van kosten) hoger is dan € 75,= per uur wordt slechts voor 1 jaar vooraf zekerheid verkregen omtrent de zelfstandigheid van de ZZP’er. Daarna kan de opdracht overigens gewoon doorlopen op basis van een goede modelovereenkomst en het gebruik van de web-module.

Oude wijn in nieuwe zakken?

Zeker niet. Hoewel er met name voor de wat hogere uurtarieven niet zo heel veel zal veranderen ten opzichte van de huidige regelgeving in de wet DBA is de Zelfstandigenverklaring een stap in de goede richting voor professionals die echt hun eigen broek wel kunnen ophouden. En uiteindelijk mag je van de webmodule verwachten dat deze iets eenduidiger uitsluitsel geeft over de zelfstandigheid voor uurtarieven tussen de € 16,= en € 75,= per uur. Het ministerie realiseert zich bovendien dat de arbeidsmarkt en arbeidsmarktverhoudingen zich sneller ontwikkelen dan de wet- en regelgeving. Dus men ziet deze aanpassingen in de wet dus slechts als een eerste stap in een continue proces van aanpassing en inbedding om tot een beter werkende arbeidsmarkt te komen.

Het kan natuurlijk wel zijn, en dat is ook de bedoeling, dat op basis van het gebruik van de web-module in specifieke gevallen moet worden geconcludeerd dat de betreffende ZZP’er niet als zelfstandige een opdracht kan doen maar daarvoor in loondienst zal moeten treden van de intermediair of de opdrachtgever. Met het huidige uren-criterium voor de zelfstandigenaftrek is dat in de regel niet een hele aantrekkelijke oplossing en dus ook niet zonder consequenties voor de betreffende ZZP’er. De zelfstandigenaftrek staat echter ook in de belangstelling in de politieke besluitvorming en het is even de vraag hoe lang deze nog geheel of gedeeltelijk zal blijven bestaan. Dan verandert ook daardoor weer het speelveld en juridisch zijn er geen bezwaren om in een meer hybride vorm invulling te geven aan je werkende leven en ontwikkeling als (zelfstandige) professional.

Tot slot:

Eigenlijk gaat er dus niet zo heel veel veranderen. Intermediairs en Opdrachtgevers kunnen al wel voorsorteren op het gebruik van de zelfstandigenverklaring voor tarieven van boven de € 75,= en daar hun contracten, compliance en administratie op inrichten. In veel gevallen blijft het toetsen achteraf (controle door de belastingdienst op basis van het Handboek Loonheffing) gewoon de norm waarbij de webmodule naast de modelovereenkomst de nodige duidelijkheid vooraf kan verschaffen.

Zonder één en ander te willen bagatelliseren worden de risico’s van inzetten van een ZZP’er die achteraf niet als zelfstandige kan worden beschouwd nog wel eens overdreven. Als je keurig de modelovereenkomsten volgt (en lopende dit jaar de webmodule) en deze juist en naar eer en geweten invult en opstelt dan is de kans klein dat er bij controle echt iets aan de hand is. Bij veel opdrachten zijn bovendien intermediairs betrokken en als

Peter Caljé
Peter Caljé – Algemeen Directeur

juridische opdrachtgever zullen zij als eerste door de belastingdienst worden aangesproken op eventueel verschuldigde loonheffing en niet de eindopdrachtgever. De risico’s voor opdrachtgevers van het werken met zelfstandigen zijn dus steeds beter te managen door de bestaande en nieuwe wetgeving, het goed op orde hebben van de eigen overeenkomsten en administratie voor wat betreft inhuur en/of het maken van goede afspraken met betrouwbare en ter zake kundige intermediairs.

Indien u meer wil weten van de huidige stand van zaken kunt u ook het dossier van Zipconomy ter harte nemen dat wij ook voor dit artikel hebben geraadpleegd.

 

Terug naar het nieuws overzicht